ECLI:NL:GHAMS:2009:BH2334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- J.T. Sanders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verbindendheid en toepassing Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968
Belanghebbende, een leverancier van databaseproducten, maakte bezwaar tegen de uitsluiting van aftrek van voorbelasting op diverse categorieën uitgaven zoals leaseauto’s, mobiele telefoons, catering, entertainment, huisvesting en relatiegeschenken, op grond van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA).
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor een deel van de posten, met name voor mobiele telefoons, makelaarskosten en relatiegeschenken, omdat deze categorieën onvoldoende bepaald waren volgens de Zesde richtlijn. Het hof bevestigt dat de aftrekbeperking voor privévervoer en catering voldoende bepaald is, maar oordeelt dat de beperking voor loon in natura en andere persoonlijke doeleinden te ruim en onvoldoende bepaald is.
Het hof bespreekt uitvoerig de wettelijke achtergrond, de Europese richtlijnen en jurisprudentie, en stelt vast dat de nationale regeling alleen handhaafbaar is indien de uitsluitingen voldoende bepaald zijn en niet verder gaan dan wettelijk toegestaan. Het hof verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraken over de uitleg van de relevante richtlijnen en schorst het geding totdat deze zijn gedaan.
Uitkomst: Het geding is geschorst en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van de Zesde richtlijn en de toepasselijkheid van het BUA.