ECLI:NL:HR:2008:BG4327

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
44066
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P.J. van Amersfoort
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • E.N. Punt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 49 EGWet BPM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag BPM wegens strijd met EU-recht bij langdurige verhuur buitenlandse auto

Belanghebbende, een inwoner van België, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd voor een auto met buitenlands kenteken die hij langdurig verhuurde. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en boete, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof. Het Hof vernietigde de boetebeschikking maar verklaarde het beroep tegen de naheffingsaanslag ongegrond.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze stelde partijen in de gelegenheid te reageren op een relevante beschikking van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond en vernietigde de uitspraak van het Hof en de naheffingsaanslag, behoudens de beslissingen over de boete, griffierecht en proceskosten.

De Hoge Raad oordeelde dat de heffing van BPM in deze situatie in strijd was met het EU-recht, met name artikel 49 e.v. EG. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.

Dit arrest bevestigt het belang van Europese regelgeving bij nationale belastingheffing en beperkt de reikwijdte van BPM-heffing bij gebruik van buitenlandse kentekens in grensoverschrijdende situaties.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de naheffingsaanslag BPM wegens strijd met het EU-recht en wijst de kosten van het cassatiegeding toe aan belanghebbende.

Uitspraak

Nr. 44.066
14 november 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te
's-Hertogenbosch van 25 april 2007, nr. 02/02469, betreffende een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen opgelegd, alsmede een boete. De naheffingsaanslag en de boetebeschikking zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
Belanghebbende heeft tegen die uitspraken beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur betreffende de boetebeschikking gegrond verklaard, de boetebeschikking vernietigd, en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de beschikking van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 22 mei 2008, M. Ilhan, nr. C-42/08, V-N 2008/35.22.
De Staatssecretaris heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten slagen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 40597 uitgesproken arrest van de Hoge Raad. Op grond van het vorenstaande kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
4. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de zaak met nummer 44067 met de onderhavige zaak samenhangt in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent de boetebeschikking, het griffierecht en de proceskosten,
vernietigt de uitspraak van de Inspecteur betreffende de naheffingsaanslag, alsmede de naheffingsaanslag,
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 214, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op de helft van € 644, derhalve € 322, voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort, P. Lourens, C.B. Bavinck en E.N. Punt in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2008.