ECLI:NL:GHSHE:2005:AT8614
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- P. Fortuin
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de heffing van belasting van personenauto's en motorrijwielen in relatie tot het vrije verkeer van diensten binnen de EU
De belanghebbende, woonachtig in Nederland, huurde een personenauto met Belgisch kenteken van een Belgische verhuurder. De Nederlandse Belastingdienst legde een naheffingsaanslag BPM op omdat de auto niet in Nederland was geregistreerd en de belasting niet door de verhuurder was voldaan. De belanghebbende betwistte de aanslag en stelde dat de heffing in strijd is met het vrije verkeer van diensten zoals beschermd door artikel 49 tot Pro en met 55 van het EG-verdrag.
Het hof stelde vast dat de Wet BPM belasting heft bij aanvang van het gebruik van de weg in Nederland door een niet-geregistreerde auto, zonder teruggaafmogelijkheid en ongeacht de duur van het gebruik. Dit leidt ertoe dat een in Nederland wonende huurder van een in een andere lidstaat geregistreerde auto de volledige BPM moet betalen, wat volgens het hof mogelijk het vrije verkeer van diensten belemmert.
Het hof overwoog dat de regeling mogelijk niet voldoet aan het evenredigheidsbeginsel en dat er gerede twijfel bestaat over de verenigbaarheid met het EG-verdrag. Omdat de bestaande regelgeving en jurisprudentie onvoldoende aanknopingspunten bieden, besloot het hof prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De procedure werd geschorst totdat het Hof van Justitie uitspraak doet over de vraag of de Nederlandse BPM-heffing in deze situatie verenigbaar is met het vrije verkeer van diensten binnen de EU.
Uitkomst: Het hof houdt de procedure aan en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van de BPM-heffing met het vrije verkeer van diensten.