ECLI:NL:HR:2008:BG8870
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij poging tot doodslag
De aanvrager is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld voor poging tot doodslag en kreeg een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd. De aanvrager stelde echter dat sprake was van persoonsverwisseling, aangezien de veroordeelde zich van zijn persoonsgegevens had bediend.
De Hoge Raad heeft de aanvrage tot herziening beoordeeld aan de hand van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten of omstandigheden die het vonnis kunnen beïnvloeden. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat de aanvrage gegrond is.
De Hoge Raad verklaarde de herziening gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op voor zover nodig en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe behandeling en beslissing. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 23 december 2008.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.