ECLI:NL:HR:2009:BB5243
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrekbaarheid kosten converteerbare premieobligaties en gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende gaf in 1994 een converteerbare premieobligatielening uit met een aflossingspremie en conversierecht. In 1995 boden obligatiehouders een deel van hun obligaties ter conversie aan, waarbij belanghebbende koos voor afwikkeling via betaling in contanten (kasvariant). Daarnaast kocht belanghebbende eigen obligaties in tegen een premie boven nominale waarde.
De Inspecteur stelde het verlies van belanghebbende vast, maar het Hof vernietigde deze beschikking en stelde het verlies lager vast. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom betalingen aan obligatiehouders verband houden met de aflossingspremie en niet met het conversierecht.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het door de Staatssecretaris goedgekeurde beleid omtrent werknemersopties niet zonder meer van toepassing is op converteerbare premieobligaties. Ook het begrip directe investering in artikel 57, lid 1, EG werd besproken, waarbij werd bevestigd dat een minderheidsbelang onder omstandigheden wel als directe investering kan worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.