ECLI:NL:PHR:2009:BB5243
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid betalingen converteerbare obligaties en gelijkheidsbeginsel in vennootschapsbelasting
De zaak betreft de fiscale behandeling van betalingen door een vennootschap aan houders van converteerbare premieobligaties, met name de aftrekbaarheid van bedragen boven nominale waarde bij conversie volgens de kasvariant en inkoop van obligaties, en de toepassing van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van begunstigend beleid voor werknemersopties.
De Hoge Raad bevestigt dat de waardeontwikkeling van het conversierecht zich in de kapitaalsfeer afspeelt, waardoor betalingen boven nominale waarde bij conversie of inkoop niet ten laste van de winst kunnen worden gebracht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel om het begunstigend beleid voor werknemersopties uit te breiden naar converteerbare obligaties wordt afgewezen, omdat het beleid specifiek ziet op werknemersopties en de fiscale relatie tussen werknemer en vennootschap verschilt van die van obligatiehouders.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof een motiveringsgebrek vertoont door niet te beoordelen of een deel van de betalingen bij inkoop van obligaties toerekenbaar is aan de aflossingspremie en daarmee aftrekbaar is. Dit punt wordt verwezen voor nader feitelijk onderzoek. Ten slotte bevestigt de Hoge Raad dat de belanghebbende een directe investering heeft in haar Mexicaanse dochtervennootschap, waardoor de beperking van aftrek van kosten in verband met niet-EU-deelnemingen gerechtvaardigd is.
Uitkomst: Betalingen boven nominale waarde bij conversie en inkoop zijn niet aftrekbaar; beroep op gelijkheidsbeginsel faalt; zaak verwezen voor nader onderzoek naar aftrekbaarheid aflossingspremie.