ECLI:NL:HR:2009:BC5878
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat gefiltreerde maltbase geen drank is in douanerechtelijke zin
Belanghebbende verzocht de Inspecteur om een bindende tariefinlichting voor gefiltreerde maltbase, een door ultrafiltratie van bier verkregen heldere, niet schuimende vloeistof met minimaal 14% alcohol. De Inspecteur classificeerde het product onder post 2208 90 99 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN), wat door belanghebbende werd aangevochten.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de gefiltreerde maltbase niet als drank kan worden ingedeeld onder post 2206 GN, omdat het product niet als drank wordt verkocht of gedronken, maar als ingrediënt voor andere dranken dient. Belanghebbende stelde in cassatie dat het product wel als drank moet worden beschouwd omdat het geschikt en bestemd is voor menselijke consumptie.
De Hoge Raad overwoog dat een drank in de zin van de GN een vloeistof is die bestemd is om in de staat waarin deze verkeert zonder bezwaar te worden geconsumeerd en als zodanig op de markt wordt gebracht. De gefiltreerde maltbase voldoet hier niet aan, omdat het een halffabricaat is bedoeld voor de productie van andere dranken. Het cassatieberoep faalt en wordt ongegrond verklaard.
De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest bevestigt de uitleg van de GN en de classificatie van de gefiltreerde maltbase, waarmee duidelijkheid is verschaft over de douanerechtelijke behandeling van dit product.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de gefiltreerde maltbase wordt niet als drank in de zin van de Gecombineerde Nomenclatuur beschouwd.