ECLI:NL:HR:2009:BG3458
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken bijzondere volmacht bevestigd
In deze strafzaak betrof het geschil de ontvankelijkheid van het hoger beroep ingesteld namens verdachte. Het hof had verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet was ingesteld door een advocaat met een bijzondere volmacht of door een schriftelijk gevolmachtigde die ter griffie was verschenen. De volmacht die was overgelegd betrof een algemene volmacht, die niet voldeed aan de wettelijke eisen voor het instellen van hoger beroep.
De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. De advocaat-generaal merkte op dat de volmacht niet specifiek was voor het instellen van hoger beroep in deze zaak. De gemachtigde verscheen niet ter griffie, wat volgens het hof noodzakelijk is. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van verdachte wegens niet-ontvankelijkheid.
In een tussenarrest oordeelde de Hoge Raad dat het niet op de juiste wijze instellen van het beroep het gevolg was van een ambtelijk verzuim en dat verdachte in cassatie alsnog ontvankelijk kon worden verklaard. Echter, in de hoofdzaak bleef de niet-ontvankelijkheid in hoger beroep gehandhaafd. De uitspraak benadrukt het belang van een bijzondere schriftelijke volmacht en de vereiste procedurele handelingen bij het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een bijzondere schriftelijke volmacht en het niet verschijnen van de gemachtigde ter griffie.