ECLI:NL:HR:2009:BG4166
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens landbouwstructuurvrijstelling
Belanghebbende verkocht in februari 2004 zijn melkveebedrijf en verkreeg in juni 2005 een ander landbouwbedrijf op circa vier kilometer afstand. Hij behield een persoonlijk recht om het oude bedrijf tot juni 2007 te gebruiken. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op van €57.075, die na bezwaar werd gehandhaafd. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat de vrijstelling niet van toepassing was omdat de verkrijging niet gericht was op verbetering van de landbouwstructuur.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring en vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en de Inspecteur. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 6a, lid 1, aanhef en letter b, van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer vereist dat de verkregen landerijen ten minste een jaar als zodanig in gebruik zijn en binnen 25 kilometer van de bedrijfsgebouwen liggen. Dit betekent dat het oude landbouwbedrijf gedurende die periode als zodanig moet worden gebruikt, zonder dat de titel van dat gebruik ongewijzigd hoeft te blijven.
De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende aan deze voorwaarden had voldaan en vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de naheffingsaanslag. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd omdat belanghebbende voldeed aan de landbouwstructuurvrijstelling.