ECLI:NL:PHR:2009:BG4166
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Landbouwstructuurvrijstelling overdrachtsbelasting bij verkoop en voortgezet gebruik landerijen
De belanghebbende verkocht in 2005 landbouwgrond aan de gemeente, waarbij hij het recht behield om de grond nog tot uiterlijk 2007 te gebruiken. Tegelijkertijd verwierf hij nabijgelegen landerijen waarvoor hij de landbouwstructuurvrijstelling overdrachtsbelasting wilde toepassen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat hij meende dat de vrijstelling niet van toepassing was.
De Rechtbank oordeelde dat artikel 6a Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer niet van toepassing was op de situatie waarin de oude grond werd verkocht, en dat de verkrijging niet leidde tot een verbetering van de landbouwstructuur. De belanghebbende stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Advocaat-Generaal concludeert dat voortgezet gebruik van de oude grond op basis van een persoonlijk recht, en niet per se een goederenrechtelijke titel, voldoende kan zijn voor de vrijstelling. Daarnaast is het enkele voornemen tot verplaatsing van het agrarisch bedrijf geen reden om de verbetering van de landbouwstructuur uit te sluiten. De zaak wordt geadviseerd te worden vernietigd en verwezen voor nader onderzoek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de verbetering van de landbouwstructuur.