ECLI:NL:HR:2009:BG4209
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt onder meer de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot de conclusie dat de redelijke termijn is overschreden.
Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot drieëntwintig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot verdere vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drieëntwintig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren wegens overschrijding van de redelijke termijn.