ECLI:NL:HR:2009:BG5263
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Uitleg mondelinge overeenkomst en bewijsaanbod niet ter zake dienend
Eiser had een vordering ingesteld tegen betrokkene 1 wegens schade veroorzaakt door toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen. De rechtbank wees de vordering bij verstek toe, maar na verzet en het overlijden van betrokkene 1 werd het verstekvonnis vernietigd en de vordering afgewezen. Het hof bekrachtigde dit oordeel.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het geschil betrof onder meer de uitleg van een mondelinge overeenkomst en de procesrechtelijke vraag of een bewijsaanbod ter zake dienend was. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering afgewezen.