ECLI:NL:HR:2009:BG5476

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01591/07 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken geldige middelen

Betrokkene stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem met betrekking tot een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De schriftuur bevatte echter geen middelen van cassatie zoals wettelijk vereist. De Hoge Raad oordeelde dat alleen duidelijke en stellige klachten over rechtsregels of vormverzuimen als middelen kunnen gelden.

Daarnaast had betrokkene niet binnen de wettelijke termijn een schriftuur met middelen van cassatie via een raadsman ingediend, wat een vereiste is volgens art. 437 lid 2 juncto Pro art. 511h Sv. Hierdoor kon betrokkene niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep.

De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid. De Hoge Raad bevestigde dit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarmee het cassatieberoep werd afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens ontbreken geldige middelen en niet tijdige indiening.

Uitspraak

20 januari 2009
Strafkamer
nr. 01591/07 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 17 januari 2007, nummer 21-004097-05, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. T.P. Klaassen, advocaat te Helden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven.
2.2. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 januari 2009.