ECLI:NL:HR:2009:BG5558
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de wijze van weergave van de tenlastelegging in het arrest van het hof
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof de vraag of het arrest van het hof voldeed aan het vereiste van art. 359, eerste lid, Sv, dat de uitspraak het tenlastegelegde moet bevatten.
Het hof had in het arrest de tenlastelegging integraal weergegeven, maar voegde geen kopie van de inleidende dagvaarding toe. Wel stond er een handgeschreven opmerking dat het origineel van de dagvaarding zoek was en dat de uitdraai als dagvaarding moest worden gezien. De verdediging klaagde over deze weergave.
De Hoge Raad oordeelde dat het arrest ondanks het ontbreken van de kopie voldeed aan het wettelijke vereiste, omdat de tenlastelegging integraal was opgenomen en de verdediging niet betwistte dat deze overeenkwam met de originele dagvaarding. Het middel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.