ECLI:NL:HR:2009:BG5568
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bouwschutting als onroerende zaak voor APV-plakverbod
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het aanplakken van posters op een bouwschutting in Eindhoven strafbaar was onder het plakverbod van de Algemene plaatselijke verordening (APV). De verdachte werd ervan beschuldigd zonder toestemming posters te hebben aangebracht op een bouwschutting die vanaf de openbare weg zichtbaar was.
De verdediging voerde aan dat de bouwschutting civielrechtelijk een roerende zaak is omdat het een tijdelijk bouwsel betreft dat niet duurzaam met de grond is verenigd, zoals bedoeld in artikel 3:3 BW Pro. Hierdoor zou het plakverbod, dat ziet op onroerende zaken, niet van toepassing zijn.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de bouwschutting wel degelijk als onroerende zaak moet worden aangemerkt binnen de betekenis van de APV Eindhoven, omdat het doel en de context van de verordening gericht zijn op het tegengaan van overlast en baldadigheid. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep, waarbij werd benadrukt dat de civielrechtelijke kwalificatie niet doorslaggevend is voor de toepassing van de APV.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bouwschutting als onroerende zaak geldt voor het plakverbod en verwerpt het cassatieberoep.