ECLI:NL:HR:2009:BG5578
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verdachte wegens niet tijdig indienen middelen van cassatie
Op 12 mei 2009 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep van verdachte. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juni 2006. De verdachte heeft echter niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet was nageleefd. Hierdoor kon de verdachte niet in het cassatieberoep worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van verdachte niet-ontvankelijk en wees het arrest uit 2009 toe. Hiermee werd het cassatieberoep afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.