ECLI:NL:HR:2009:BG5586
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure
De verdachte stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, in een strafzaak. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend met betrekking tot de strafoplegging, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat sprake was van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de Hoge Raad zelf pas na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak deed. Dit leidde niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, maar tot vermindering van de opgelegde taakstraf en vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, waarbij het aantal uren taakstraf werd verminderd tot 108 uren en de vervangende hechtenis tot 54 dagen. Voor het overige werd het beroep verworpen. Daarnaast werden andere middelen van cassatie niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet voldeden aan de wettelijke vereisten.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 12 mei 2009.
Uitkomst: Vermindering van taakstraf tot 108 uren en vervangende hechtenis tot 54 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.