ECLI:NL:PHR:2009:BG5586
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over medeplegen overtreding Meststoffenwet en schijnconstructies bij varkenshouderij
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Meststoffenwet en valsheid in geschrift in verband met de exploitatie van drie varkensstallen in Oostburg. Verdachte was directeur en enig aandeelhouder van een beheermaatschappij die meerdere BV's bestuurde, waaronder de exploitanten van de stallen.
Het hof had vastgesteld dat verdachte samen met deze rechtspersonen de Meststoffenwet had overtreden door meer fosfaat te produceren dan toegestaan per hectare landbouwgrond. De constructie met akkerbouwers die delen van de stallen pachten, werd door het hof als schijnconstructie beoordeeld, omdat de akkerbouwers geen dieren verzorgden en hun grond niet tot hun bedrijf behoorde. De feitelijke verzorging van de varkens vond plaats door personeel van een andere BV, waar verdachte zeggenschap over had.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de juiste criteria had toegepast bij de vraag wie als houder van de dieren moest worden aangemerkt en dat verdachte als centrale figuur en medepleger kon worden aangemerkt. Het middel dat het hof een onjuiste uitleg gaf van de begrippen 'bedrijf' en 'houder' faalde. Wel werd ambtshalve opgemerkt dat de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie tot strafvermindering moet leiden. De overige middelen werden verworpen en het beroep werd grotendeels afgewezen, behoudens de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is medepleger van overtredingen Meststoffenwet en valsheid in geschrift en krijgt strafvermindering wegens termijnoverschrijding.