ECLI:NL:HR:2009:BG5849

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/199HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot vernietiging arbitraal vonnis wegens formele ongeschiktheid

Eiser vorderde bij de rechtbank Zwolle-Lelystad de vernietiging van een arbitraal vonnis gewezen door het Scheidsgerecht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde. De rechtbank wees deze vordering af. Eiser stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde.

Daarop stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de vordering in de arbitrageprocedure formeel niet strekte tot aantasting van het dictum van twee eerdere arbitrale vonnissen, zodat er geen sprake was van een arbitraal hoger beroep, dat volgens artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is uitgesloten.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. De klachten van eiser konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering omdat zij niet relevant waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

6 februari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/199HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats], Portugal,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 5 augustus 2005 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en gevorderd, kort gezegd, het tussen [eiser] en [verweerder] door het Scheidsgerecht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde op 9 mei gewezen arbitrale vonnis te vernietigen.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 24 mei 2006 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Nadat partijen op 19 maart 2007 hun zaak hadden doen bepleiten, heeft het hof bij arrest van 10 april 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. C.M. Reijnen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.