ECLI:NL:HR:2009:BG5964
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie onderzocht en geoordeeld dat het middel zelf niet tot cassatie kan leiden, zodat geen nadere motivering nodig was.
De Hoge Raad heeft ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden naar elf maanden en een week.
De Hoge Raad heeft het beroep voor het overige verworpen en het arrest van het hof gehandhaafd, met uitzondering van de strafduur. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en het arrest is op 17 februari 2009 uitgesproken.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twaalf maanden naar elf maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn.