ECLI:NL:HR:2009:BG6445
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door misbruik identiteitsverschil bij eigendomsconstructie ter onttrekking aan schuldeisers
In deze zaak stond centraal of de stichting [eiseres] zich schuldig had gemaakt aan een onrechtmatige daad door medewerking te verlenen aan een eigendomsconstructie die het woonhuis aan de [a-straat 1] te [plaats] onttrok aan het verhaal van de schuldeisers van [betrokkene 1]. De curator in het faillissement van [betrokkene 1] had de stichting en haar bestuurders gedagvaard en vorderde onder meer een verklaring voor recht dat het woonhuis tot het vermogen van [betrokkene 1] behoorde, en subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
De rechtbank en het hof oordeelden dat sprake was van misbruik van het identiteitsverschil tussen de rechtspersonen en de natuurlijke persoon [betrokkene 1], waarbij het oogmerk van degene die zeggenschap heeft over de stichtingen ook aan deze rechtspersonen zelf kan worden toegerekend. Dit misbruik had tot doel het woonhuis te onttrekken aan het verhaal van de crediteuren, hetgeen als onrechtmatige daad werd aangemerkt. De stichting werd aansprakelijk gehouden voor de schade die de crediteuren daardoor leden.
De stichting betwistte dit oordeel in cassatie met het argument dat het woonhuis nooit juridisch eigendom van [betrokkene 1] was geweest, zodat geen sprake kon zijn van onttrekking aan zijn vermogen. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat misbruik ook kan bestaan indien iemand een goed waarvan hij alle voordelen geniet buiten zijn vermogen brengt zonder een zelfstandig belang van de rechtspersoon te dienen, maar enkel met het oogmerk het goed aan verhaal van crediteuren te onttrekken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de stichting in de kosten van het geding. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd dat de stichting aansprakelijk hield voor de onrechtmatige daad door misbruik van het identiteitsverschil en de onttrekking van het woonhuis aan het verhaal van schuldeisers.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de stichting is verworpen en haar aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad bevestigd.