ECLI:NL:HR:2009:BG6489

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/02630
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling opheffing faillissement wegens gebrek aan baten ondanks voorgenomen activa-verzameling

In deze zaak stond centraal de vraag of het faillissement van verzoeker kon worden opgeheven wegens gebrek aan baten, ondanks zijn voornemen om onder de beschutting van het faillissement zoveel mogelijk activa voor de boedel te vergaren.

De rechtbank 's-Gravenhage sprak op 27 juli 2005 de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van verzoeker. Na een voordracht van de rechter-commissaris tot beëindiging van deze regeling en een daaropvolgend vonnis van 26 april 2007, werd de schuldsanering beëindigd en werd bepaald dat verzoeker in staat van faillissement zou verkeren. De rechtbank hief het faillissement op bij beschikking van 15 mei 2008 wegens gebrek aan baten. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in, maar het gerechtshof te 's-Gravenhage bekrachtigde de opheffing bij arrest van 17 juni 2008.

Verzoeker ging vervolgens in cassatie bij de Hoge Raad, stellende dat zijn intentie om activa te verzamelen binnen het faillissement een reden was om het faillissement niet op te heffen. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het voornemen van de gefailleerde geen beletsel vormt voor opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten.

Uitspraak

6 februari 2009
Eerste Kamer
08/02630
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 juli 2005 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
De rechter-commissaris heeft op 12 maart 2007 een voordracht gedaan strekkende tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De mondelinge behandeling van de voordracht van de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden op 19 april 2007. Hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 26 april 2007 de toepassing van de schuldsanering beëindigd en, voor het geval deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt, bepaald dat [verzoeker] in staat van faillissement zal verkeren.
Hierna heeft de rechter-commissaris de rechtbank verzocht het faillissement van [verzoeker] op te heffen. Bij beschikking van 15 mei 2008 heeft de rechtbank het faillissement opgeheven.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
De curator in het faillissement van [verzoeker] heeft het hoger beroep bestreden.
Na mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft het hof bij arrest van 17 juni 2008 de bestreden beschikking bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.