ECLI:NL:HR:2009:BG6601
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging, met vermindering van de opgelegde straf.
Het middel klaagde terecht over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden, waardoor de Hoge Raad pas na meer dan drieëneenhalf jaar na het instellen van het cassatieberoep de zaak kon behandelen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze termijnoverschrijding niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, maar wel tot strafvermindering. De opgelegde geldboete werd verminderd van €8.107 naar €7.300, subsidiair werd de hechtenis verminderd van 162 naar 71 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest en wees het beroep in zoverre af. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren op 12 mei 2009.
Uitkomst: De geldboete werd verminderd van €8.107 naar €7.300 en de hechtenis van 162 naar 71 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.