ECLI:NL:HR:2009:BG6602

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01964 E
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Het middel van de verdachte betrof onder meer de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, omdat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding terecht was vastgesteld en dat dit niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie leidde, maar wel tot strafvermindering.

De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de straf betrof, verminderde de geldboete van € 2.114,- naar € 1.900,-, met subsidiaire hechtenis van 29 dagen, en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 12 mei 2009.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot € 1.900,- met subsidiaire hechtenis van 29 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

12 mei 2009
Strafkamer
nr. 08/01964 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 24 november 2004, nummer 22/003575-03, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden en dat dit dient te leiden tot
niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging dan wel tot strafvermindering.
2.2. Het middel klaagt terecht dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep.
Overschrijding van die termijn kan niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Die overschrijding moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 2.114,-, subsidiair 42 dagen hechtenis.
In de omstandigheid dat de Hoge Raad als gevolg van de bij de inzending van de stukken opgetreden vertraging de zaak pas in behandeling kan nemen nadat drieëneenhalf jaar was verstreken na het instellen van het cassatieberoep, vindt de Hoge Raad aanleiding de opgelegde straf te verminderen als hieronder vermeld.
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de vervangende hechtenis;
vermindert de geldboete in die zin dat deze € 1.900,- bedraagt, subsidiair 29 dagen hechtenis;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 12 mei 2009.