ECLI:NL:HR:2009:BG6720

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01403
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt echtscheiding ondanks bestreden verzoek en stelplicht

De vrouw verzocht bij de rechtbank Haarlem om echtscheiding, alimentatie en verdeling van de gemeenschap van goederen. De man bestreed deze verzoeken. De rechtbank sprak de echtscheiding uit maar hield de overige verzoeken aan. De man ging in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de man niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep van de man en bevestigt daarmee de eerdere uitspraken. De procedure benadrukt de omvang van de stelplicht van de verzoeker bij echtscheiding en bevestigt de rechtspraak omtrent duurzame ontwrichting als grond voor echtscheiding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de echtscheidingsbeschikking van het hof Amsterdam.

Uitspraak

13 februari 2009
Eerste Kamer
08/01403
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift, gedateerd 5 januari 2007, heeft de vrouw zich gewend tot de rechtbank Haarlem en verzocht, kort gezegd, tussen partijen echtscheiding uit te spreken, te bepalen dat de man een bijdrage zal betalen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw en voorts de verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen te bevelen.
De man heeft de verzoeken van de vrouw bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2007 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en de behandeling van de zaak voor het overige aangehouden.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 3 januari 2008 heeft het hof de beschikking waarvan beroep, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft bij verweerschrift verzocht het beroep te verwerpen en de man te veroordelen in de kosten van de procedure.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 24 december 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 februari 2009.