ECLI:NL:HR:2009:BG9076
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Begrip directe investering en beperking tegemoetkoming bronheffing bij beleggingsinstellingen
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de fiscale tegemoetkoming aan Orange European Smallcap Fund N.V. voor in het buitenland ingehouden bronheffing op dividenden.
De Hoge Raad verwijst naar een prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin is geoordeeld dat de artikelen 56 en 58 EG zich verzetten tegen beperkingen die aandeelhouders in andere lidstaten of derde landen benadelen, tenzij deze beperkingen onder de stand-stillclausule van artikel 57, lid 1, EG vallen. De Hoge Raad stelt vast dat het participeren in aandelen van een beleggingsinstelling in het algemeen niet gericht is op duurzame en directe betrekkingen en dus niet als directe investering in de zin van artikel 57, lid 1, EG kan worden aangemerkt.
Het Hof had geoordeeld dat bij de berekening van de tegemoetkoming ook buitenlandse bronheffing moest worden betrokken, maar de Hoge Raad verklaart dit oordeel onjuist en verhoogt het bedrag van de tegemoetkoming. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het onderscheid in tegemoetkoming op basis van de woon- of vestigingsplaats van aandeelhouders binnen de Europese Gemeenschap niet is toegestaan, maar dat beperkingen ten aanzien van aandeelhouders buiten de EU onder de stand-stillclausule kunnen vallen.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bepaalt de tegemoetkoming op ƒ 501.682 (€ 227.653,37). Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en stelt de tegemoetkoming wegens buitenlandse bronheffing vast op ƒ 501.682 (€ 227.653,37).