ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8848
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag vermogensbelasting wegens verzwegen Amerikaanse banktegoeden en aandelenparticipaties
Belanghebbenden zijn in hoger beroep gekomen tegen een navorderingsaanslag vermogensbelasting 2000 van € 58.134 opgelegd aan erflaatster, die Amerikaanse banktegoeden en aandelenparticipaties verzwegen had in haar belastingaangiften. De rechtbank Arnhem had het beroep ongegrond verklaard, en het hof bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar volgens artikel 16, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Belanghebbenden stelden dat de navorderingstermijn niet toegepast mocht worden vanwege schending van het communautaire evenredigheidsbeginsel en het vrije kapitaalverkeer binnen de EU.
Het hof oordeelt dat de standstillbepaling van artikel 64, eerste lid, VWEU van toepassing is, omdat de Amerikaanse participaties duurzame en directe betrekkingen met het familiebedrijf van erflaatster vormen. Ook het aanhouden van Amerikaanse banktegoeden valt onder het begrip 'het verrichten van financiële diensten' binnen deze bepaling. Hierdoor kan het communautaire evenredigheidsbeginsel niet met succes worden ingeroepen.
De navorderingsaanslag is binnen de toegestane termijn opgelegd en het hof verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan belanghebbenden opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.