ECLI:NL:HR:2009:BG9157
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad inzake poging diefstal met braak en strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem inzake poging diefstal met braak. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen met een auto de toegang tot een winkel probeerde te verschaffen door braak, gericht op het wegnemen van goederen, maar het misdrijf was niet voltooid.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een juiste rechtsopvatting had door de gedragingen van verdachte als begin van uitvoering van het misdrijf aan te merken. De vastgestelde feiten, waaronder het rijden met gedoofde lichten naar de toegangsdeur en het uitstappen van twee personen, waren voldoende om dit te onderbouwen.
Hoewel het cassatieberoep in zoverre werd verworpen, vernietigde de Hoge Raad het vonnis ambtshalve vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier maanden tot drie maanden en drie weken.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 3 maart 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.