ECLI:NL:PHR:2009:BG9157
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt begin van uitvoering poging diefstal met braak bij ramkraakpoging supermarkt
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor diefstal en poging tot diefstal met braak in vereniging met anderen. Het hof stelde vast dat verdachte samen met medeverdachten een gestolen auto gebruikte om achteruit richting de toegangsdeuren van een supermarkt te rijden, met het oogmerk de pui eruit te rijden.
De verdediging voerde onder meer aan dat er geen sprake was van een begin van uitvoering van het misdrijf en dat getuigen die dit zouden kunnen bevestigen niet waren gehoord. Het hof oordeelde echter dat de gevraagde getuigen geen relevante nieuwe informatie konden bieden en dat het zwijgen van verdachte zijn verdediging niet schaadde.
De Hoge Raad bevestigt dat het handelen van verdachte en zijn medeverdachten naar uiterlijke verschijningsvorm gericht was op voltooiing van het misdrijf. Het hof mocht op basis van de waarnemingen, verklaringen en omstandigheden concluderen dat sprake was van een begin van uitvoering. Ook het bewijs van medeplegen werd als voldoende aangemerkt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging diefstal met braak wordt bevestigd.