ECLI:NL:HR:2009:BG9830
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over douanerechtenvrijstelling voor farmaceutische stoffen met toevoegingen
Belanghebbende, een douane-expediteur, voerde in 2002 en 2003 chitosan (poliglusam) in, een stof die onder de vrijstelling van douanerechten valt volgens Verordening (EEG) nr. 2658/87 en latere wijzigingen. De goederen bevatten echter kleine hoeveelheden ascorbinezuur en wijnsteenzuur ter conservering, wat leidde tot discussie over de toepasselijkheid van de vrijstelling.
De Inspecteur stelde na controle dat de vrijstelling niet van toepassing was en vorderde douanerechten na. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en de aanslagen. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat het hier gaat om de uitleg van gemeenschapsrecht en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de reikwijdte van de vrijstelling: of deze beperkt is tot zuivere farmaceutische stoffen of ook geldt wanneer zeer geringe hoeveelheden conserverende stoffen zijn toegevoegd, mits deze de werkzaamheid niet verminderen.
De Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om een beslissing over deze vragen. De zaak betreft de interpretatie van douanerechtenvrijstellingen in het kader van Europese regelgeving en de toepassing daarvan op samengestelde stoffen.
Uitkomst: Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de reikwijdte van de douanerechtenvrijstelling.