ECLI:NL:HR:2009:BG9918

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/01409
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing van schuldsaneringsregeling

Verzoeker heeft bij de rechtbank Utrecht een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 30 oktober 2007 af. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank op 20 maart 2008 bekrachtigde.

Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen. Het arrest werd gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken door E.J. Numann op 20 februari 2009.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en het cassatieberoep verworpen.

Uitspraak

20 februari 2009
Eerste Kamer
08/01409
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 1 augustus 2007 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De rechtbank heeft bij vonnis van 30 oktober 2007 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 20 maart 2008 heeft het gerechtshof te Amsterdam, met nevenzittingsplaats Arnhem, het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 februari 2009.