ECLI:NL:HR:2009:BH0045
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in strafzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem in een economische strafzaak. De verdachte werd veroordeeld en kreeg een geldboete opgelegd met een vervangende hechtenis bij niet-betaling. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest voor wat betreft de strafoplegging, vermindering van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen tegen het arrest niet tot cassatie konden leiden, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad stelde vast dat de totale duur van de strafzaak niet onredelijk was, maar dat de overschrijding van de inzendtermijn van stukken naar de Hoge Raad wel gegrond was.
Als gevolg hiervan werd de geldboete verminderd van € 1.500,- naar € 1.425,- en de duur van de vervangende hechtenis van 30 naar 28 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis.
Uitkomst: De geldboete en vervangende hechtenis werden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.