ECLI:NL:HR:2009:BH0070
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Voortzetting hoger beroep na faillietverklaring en ontvankelijkheid cassatieberoep curator
In deze zaak vordert de curator van het faillissement van [A] B.V. cassatie tegen een arrest van het gerechtshof dat eerdere vonnissen vernietigde en de curator veroordeelde tot betaling aan de rechtsopvolgers van de oorspronkelijke eiser. Na faillietverklaring van [A] B.V. heeft de curator het hoger beroep voortgezet. De kernvraag is of de curator ontvankelijk is in cassatie, gelet op de schorsingsregeling van artikel 29 Faillissementswet Pro.
De Hoge Raad overweegt dat de schorsingsregeling van artikel 29 Faillissementswet Pro alleen ziet op de instantie waar het geding aanhangig is op het moment van faillietverklaring. Omdat het faillissement is uitgesproken nadat het vonnis in eerste aanleg was gewezen en de curator daarna hoger beroep instelde, bestond geen schorsing van rechtswege. Hierdoor is de curator ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
De Hoge Raad wijst het verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring van de curator af en geeft de Procureur-Generaal gelegenheid om inhoudelijk te adviseren over de klachten in cassatie. Het arrest is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2009.
Uitkomst: De curator is ontvankelijk in zijn cassatieberoep en de schorsingsregeling van artikel 29 Faillissementswet is niet van toepassing.