ECLI:NL:HR:2009:BH0177
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in zaak varkensrecht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem over het varkensrecht van verdachte in de jaren 2003 en 2004. Het Hof had vastgesteld dat verdachte meer varkens hield dan het varkensrecht toestond, gebaseerd op opgaven van het Bureau Heffingen dat het varkensrecht voor 860 varkens bedroeg. Verdachte voerde verweer op grond van artikel 9 van Pro het Besluit hardheidsgevallen herstructurering, stellende dat hem een hoger varkensrecht toekwam.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht het verweer van verdachte heeft verworpen omdat de stellingen onvoldoende waren onderbouwd, met name omdat de pleitnota alleen verwees naar een milieuvergunning voor 1236 vleesvarkens zonder bewijs dat aan alle voorwaarden van artikel 9 was Pro voldaan, zoals tijdige melding bij het Bureau Heffingen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en vermindert de boete van €6.000,- tot €5.700,-. Het overige beroep wordt verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren op 26 mei 2009.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd tot €5.700,- wegens overschrijding van de redelijke termijn; het overige beroep wordt verworpen.