ECLI:NL:HR:2009:BI0522
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling taakverdeling straf- en bestuursrechter bij overtreding varkensrechten en verbindendheid Wet herstructurering varkenshouderij
In deze zaak stond centraal of de strafrechter zelfstandig de rechtmatigheid van een bestuursrechtelijk besluit omtrent varkensrechten mocht toetsen, nadat het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) het beroep van verdachte ongegrond had verklaard. De Hoge Raad bevestigde de vaste rechtspraak dat bij onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraken de strafrechter in beginsel niet zelfstandig mag toetsen, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke hier niet waren gesteld.
Daarnaast werd het verweer behandeld dat de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) onverbindend zou zijn wegens strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De Hoge Raad oordeelde dat de Whv in het publieke belang is ingevoerd ter bescherming van het milieu en dierenwelzijn en dat de wet voldoet aan de voorwaarden van het EVRM. Wel werd erkend dat in bijzondere gevallen een individuele en buitensporige last kan leiden tot buiten toepassing laten van de Whv, maar dat in deze zaak geen sprake was van een dergelijk geval.
Feitelijk was bewezen dat verdachte in 2004 meer varkens heeft gehouden dan zijn varkensrecht toestond, nadat bestuursrechtelijke procedures zijn doorlopen en de rechten definitief waren ingetrokken. Verdachte had de mogelijkheid om voorlopige voorzieningen te vragen maar maakte daar geen gebruik van.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest slechts wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete vanwege overschrijding van de redelijke termijn en matigde deze tot € 28.500,-. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd de taakverdeling tussen bestuurs- en strafrechter bevestigd en werd de strafrechtelijke sanctie gehandhaafd met een matiging wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: De geldboete wordt gematigd tot € 28.500,- vanwege termijnoverschrijding; de strafrechtelijke veroordeling wordt bevestigd.