ECLI:NL:HR:2009:BH0608

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10943
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 lid 1 AWRHR BNB 2007/151HR NJ 2007, 231HR 29 februari 2008, 43 274
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen toerekening van kwade trouw gemachtigde aan belastingplichtige bij navordering

Deze zaak betreft de vraag of bij navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor de jaren 1999, 2000 en 2002 de kwade trouw van een gemachtigde kan worden toegerekend aan de belastingplichtige. Het geschil hangt samen met een andere zaak die uitsluitend de boetebeschikking betreft, waarbij het bezwaar tegen de navorderingsaanslag niet-ontvankelijk was.

Vaststaat dat de gemachtigde fouten heeft gemaakt in de aangifte, maar dat er geen sprake is van een 'nieuw feit' in de zin van artikel 16, lid 1, AWR. De kernvraag is daarom of de belastingplichtige zelf te kwader trouw is, of dat kwade trouw van de gemachtigde aan hem kan worden toegerekend.

Het hof heeft geoordeeld dat de belastingplichtige niet zelf te kwader trouw was, dat zij niet hoefde te twijfelen aan de deskundigheid van haar gemachtigde en haar geen verwijt treft in de keuze van die gemachtigde. Daarom kon de eventuele kwade trouw van de gemachtigde buiten beschouwing blijven.

De Staatssecretaris betoogde dat het hof de kwade trouw van de gemachtigde had moeten onderzoeken met het oog op toerekening aan de belastingplichtige, verwijzend naar het fiscale IJzerdraad-arrest. De Advocaat-Generaal concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de belastingplichtige niet te kwader trouw was en dat eventuele kwade trouw van de gemachtigde niet aan haar kan worden toegerekend.

De conclusie is dat bij ontbreken van een nieuw feit en geen kwade trouw van de belastingplichtige zelf, de kwade trouw van de gemachtigde niet kan worden toegerekend. De uitspraak wordt niet gepubliceerd.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat kwade trouw van de gemachtigde niet kan worden toegerekend aan de belastingplichtige bij navordering zonder nieuw feit indien de belastingplichtige zelf niet te kwader trouw is.

Uitspraak

Uitspraak wordt niet gepubliceerd