ECLI:NL:HR:2009:BH0958
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek in geurproefzaak woninginbraak Harderwijk 1999
De aanvrager werd door de Kinderrechter veroordeeld voor diefstal met braak en inklimming, opzetheling en woninginbraak gepleegd op 15 maart 1999 te Harderwijk. De veroordeling betrof jeugddetentie van vijf maanden, waarvan één maand voorwaardelijk.
Het verzoek tot herziening werd ingediend naar aanleiding van een brief van het Arrondissementsparket Den Haag over onregelmatigheden bij geuridentificatieproeven in de periode 1997-2006, waarbij speurhondengeleiders mogelijk vooraf op de hoogte waren van de sorteervolgorde van geurdragers. De aanvrager stelde dat, indien de rechter hiervan op de hoogte was geweest, hij niet veroordeeld zou zijn.
De Hoge Raad overwoog dat geuridentificatieproeven uit die periode in beginsel onbetrouwbaar zijn, maar dat herziening alleen mogelijk is indien zonder het resultaat van de geurproef het bewijs onvoldoende zou zijn geweest. Uit het dossier bleek echter dat het bewijs ook zonder de geurproef overtuigend was, onder meer door verklaringen van getuigen, vondsten van gestolen goederen en dactyloscopisch onderzoek.
Daarom was er geen ernstig vermoeden dat de aanvrager zonder de geurproef vrijgesproken zou zijn. Het verzoek tot herziening werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af omdat het bewijs ook zonder de geuridentificatieproef overtuigend is.