ECLI:NL:HR:2009:BH1026
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onregelmatige DNA-hit zonder bewijsuitsluiting
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de aanvrager is veroordeeld voor een woninginbraak op 7 maart 2005 te Amersfoort. De aanvrager stelde dat zijn DNA-profiel ten onrechte niet uit de DNA-databank was verwijderd na vrijspraak in een eerdere zaak, waardoor de daarop gebaseerde DNA-hit onrechtmatig was en niet had mogen worden gebruikt.
De Hoge Raad overwoog dat het DNA-profiel niet als bewijs is gebruikt voor de veroordeling, maar dat de bekennende verklaring van de aanvrager het fundament vormde voor het bewezenverklaren van het feit. De aanvrager had de bekentenis afgelegd zonder dat hem onrechtmatig was misleid over de DNA-hit. De rechter achtte geen ernstig vermoeden dat bij kennis van de onregelmatigheid de verklaring zou zijn uitgesloten of dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Hoge Raad concludeerde dat geen sprake was van een nieuw feit dat tot herziening kon leiden en dat het verzoek tot herziening daarom ongegrond was. De aanvrager werd niet vrijgesproken en de eerdere veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling van de aanvrager.