ECLI:NL:PHR:2009:BH1026
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over bewijsuitsluiting bij onrechtmatig bewaard DNA-profiel en bekentenis
In deze zaak gaat het om een verzoek tot herziening van een onherroepelijke veroordeling wegens woninginbraak in Amersfoort, waarbij het DNA-profiel van de verdachte onrechtmatig in de databank bleef staan na een eerdere vrijspraak in een andere zaak.
De verdachte werd aangehouden na een DNA-match met bloedsporen bij de inbraak, waarna hij een bekentenis aflegde. De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat het DNA-profiel na vrijspraak had moeten worden verwijderd, en dat dit tot bewijsuitsluiting had moeten leiden.
De Hoge Raad stelt dat bewijsuitsluiting alleen aan de orde kan zijn indien het bewijsmateriaal rechtstreeks door het verzuim is verkregen en dat het niet verwijderen van het DNA-profiel een schending is van een privacyvoorschrift, maar geen belangrijk strafvorderlijk voorschrift. Bovendien was de bekentenis vrijwillig en zonder misleiding afgelegd, en speelde het DNA-profiel geen rol in de bewijsconstructie van de politierechter.
Daarom is er geen reden tot bewijsuitsluiting en leidt de administratieve fout niet tot een ander oordeel van de feitenrechter. Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt ongegrond verklaard omdat het onrechtmatig bewaarde DNA-profiel niet leidt tot bewijsuitsluiting.