ECLI:NL:HR:2009:BH1334
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De kern van het geschil betrof de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak pas na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep werd gedaan. Dit leidde tot een vermindering van de geldboete van € 1.100,- naar € 1.045,- en een verkorting van de vervangende hechtenis tot 21 dagen.
Voor het overige verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep, aangezien de overige middelen geen aanleiding gaven tot vernietiging. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 21 april 2009.
Uitkomst: De geldboete is verminderd tot € 1.045,- en de vervangende hechtenis tot 21 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.