ECLI:NL:HR:2009:BH1546

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/210HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak over uitbetaling verlofdagen en uitleg wijzigingsovereenkomst in arbeidsgeschil

In deze zaak staat een arbeidsgeschil centraal tussen een stichting en een voormalig bestuurslid over de uitbetaling van verlofdagen. De voormalig bestuurslid vorderde betaling van een substantieel bedrag aan verlofdagen, terwijl de Stichting dit betwistte en een tegenvordering instelde wegens onverschuldigde betaling en dwaling.

De rechtbank verwees de zaak naar de sector kanton, waar de vordering deels werd toegewezen. De Stichting ging in hoger beroep en het gerechtshof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, oordeelde opnieuw en veroordeelde de Stichting tot betaling van een lager bedrag aan verlofdagen, met wettelijke rente en wettelijke verhoging. De tegenvordering van de Stichting werd afgewezen.

De Stichting stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep verwierp. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en geen belangrijke rechtsvragen betroffen. De Stichting werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de Stichting tot betaling van verlofdagen met rente en wettelijke verhoging.

Uitspraak

3 april 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/210HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING HOGER BEROEPSONDERWIJS HAAGLANDEN EN RIJNSTREEK,
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.H. van Gelderen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 25 april 2003 de Stichting gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, de Stichting te veroordelen om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 178.567,60 te vermeerderen met de wettelijke verhoging, met rente en kosten.
Bij vonnis van 13 augustus 2003 heeft de rechtbank de zaak in stand waarin deze zich bevindt naar de sector kanton van de rechtbank verwezen.
De Stichting heeft de vordering bestreden en na wijziging van eis, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, terugbetaling van een bedrag van € 308.956,26, althans € 191.509,73, vermeerderd met de wettelijke rente, wegens onverschuldigde betaling en, voor zover partijen geacht moeten worden overeenkomsten terzake gesloten te hebben, die overeenkomsten wegens dwaling te vernietigen.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 19 mei 2004 in conventie de Stichting veroordeeld om aan [verweerder] te betalen een bedrag van € 150.050,60 bruto vermeerderd met de wettelijke rente alsmede een bedrag van € 10.000,-- wegens wettelijke verhoging en in conventie en reconventie het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de Stichting hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage en bij memorie van grieven haar eis in reconventie vermeerderd. Bij arrest van 19 april 2007 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, in conventie de Stichting veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 72.505,92 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente alsmede een bedrag van € 10.000,-- wegens wettelijke verhoging en de vordering in conventie voor het overige afgewezen. In reconventie heeft het hof de vordering afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.546,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 april 2009.