ECLI:NL:PHR:2009:BH1546
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg wijzigingsovereenkomst en uitbetaling resterende verlofdagen in arbeidsgeschil tussen stichting en voormalig bestuurslid
Het geschil betreft een arbeidsgeschil tussen een stichting en een voormalig bestuurslid over de uitbetaling van resterende verlofdagen. De kern van het conflict ligt in de uitleg van een wijzigingsovereenkomst en de vraag of de stichting gehouden is tot betaling van de verlofdagen die het bestuurslid claimt.
De stichting betwist de rechtsgeldigheid van de verlofregelingen en stelt dat de accordering van de declaraties niet rechtsgeldig is omdat deze niet door het gehele bestuur zijn goedgekeurd conform de statuten. Het hof oordeelde dat goedkeuring door een lid van het bestuur, die de stukken 'voor akkoord' tekende, voldoende was gezien de gang van zaken in het verleden en dat de stichting zich niet op nietigheid van de ondertekening kon beroepen vanwege rechtsverwerking.
De Hoge Raad bevestigt dat de wijzigingsovereenkomst een zelfstandige betalingsverplichting inhoudt, los van de geldigheid van de verlofregelingen. Ook wijst de Hoge Raad het beroep van de stichting op nietigheid van de verlofregelingen af, mede vanwege het lange tijdsverloop en de onderzoeksplicht van de stichting. De dwaling blijft voor rekening van de stichting, die zelf tot de regelingen heeft besloten en had moeten onderzoeken of deze rechtmatig waren.
De cassatie wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft en het bestuurslid recht heeft op betaling van de resterende verlofdagen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de stichting wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd, waarbij de stichting gehouden is tot betaling van de resterende verlofdagen aan het voormalig bestuurslid.