ECLI:NL:HR:2009:BH1983

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/04906
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontheffing moeder uit ouderlijk gezag en benoeming gezinsvoogd bevestigd

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Utrecht om de moeder te ontheffen uit het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind en het Bureau Jeugdzorg Utrecht te benoemen tot voogd, waarna het Leger des Heils de voogdij namens Bureau Jeugdzorg zou uitvoeren. De moeder verzette zich tegen dit verzoek.

De rechtbank wees het verzoek toe bij beschikking van 19 september 2007. De moeder ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat deze beschikking op 26 augustus 2008 bekrachtigde. Vervolgens stelde de moeder beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de moeder geen aanleiding gaven tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet tot rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidden. Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking tot ontheffing uit het ouderlijk gezag wordt bekrachtigd.

Uitspraak

3 april 2009
Eerste Kamer
08/04906
DV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. W.B. Teunis,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERDER in cassatie,
Niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 14 juni 2007 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de Raad zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over het minderjarige kind [het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997, hierna: het kind, het Bureau Jeugdzorg Utrecht te benoemen tot voogd en het Leger des Heils de voogdij namens Bureau Jeugdzorg Utrecht te laten uitvoeren.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft, na mondelinge behandeling, bij beschikking van 19 september 2007 het verzoek toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 26 augustus 2008 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 april 2009.