ECLI:NL:HR:2009:BH2619

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/10587
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 7:611 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing werkgeversaansprakelijkheid voor burn-out werknemer

De werknemer heeft Dow Benelux B.V. gedagvaard wegens aansprakelijkheid voor de schade die hij heeft geleden door psychisch letsel, in de vorm van een burn-out. De vordering werd door de kantonrechter afgewezen en dit vonnis werd bekrachtigd door het gerechtshof te 's-Gravenhage. De werknemer stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten van de werknemer leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering, aangezien zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling leiden. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat de werkgever niet aansprakelijk is voor het psychisch letsel van de werknemer in stand.

De Hoge Raad veroordeelt de werknemer tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2009.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werknemer wordt verworpen en de werkgever is niet aansprakelijk voor het psychisch letsel.

Uitspraak

3 april 2009
Eerste Kamer
07/10587
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
DOW BENELUX B.V.,
gevestigd te Hoek, gemeente Terneuzen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. Brandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Dow.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 14 juli 2004 Dow gedagvaard voor de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Terneuzen en gevorderd, kort gezegd:
- te verklaren voor recht dat Dow aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden of zal lijden als in de dagvaarding vermeld;
- Dow te veroordelen tot voldoening van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede aan hem een voorschot te betalen.
Dow heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 19 januari 2005 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. In hoger beroep heeft [eiser] zijn eis gewijzigd.
Bij arrest van 27 april 2007 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd en de vorderingen van [eiser] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Dow heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 februari 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dow begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 april 2009.