ECLI:NL:HR:2009:BH2792
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak noodweer
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan op het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was gedetineerd en had beroep ingesteld tegen zijn veroordeling tot tien jaren gevangenisstraf. De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg van deze termijnoverschrijding heeft de Hoge Raad besloten de duur van de opgelegde gevangenisstraf te verminderen van tien jaren naar negen jaren en tien maanden. De overige middelen van het cassatieberoep werden verworpen, omdat deze niet leidden tot cassatie en geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en handhaafde het arrest verder. De uitspraak werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren J.W. Ilsink en W.F. Groos, en uitgesproken op 7 april 2009.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van tien jaren naar negen jaren en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.