ECLI:NL:HR:2009:BH3323
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting voor tussenpersoon in verzekeringen en kredieten zonder directe betrekkingen
Belanghebbende, een samenwerkingsverband van twee besloten vennootschappen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1996-2000. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de naheffingsaanslag verminderd omdat het Hof oordeelde dat de diensten van belanghebbende onder de vrijstelling van de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen.
De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in. De Hoge Raad overwoog dat het niet vereist is dat een tussenpersoon directe betrekkingen onderhoudt met verzekeraars of kredietverstrekkers om voor de vrijstelling in aanmerking te komen, mede gelet op arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De feiten toonden aan dat belanghebbende indirecte betrekkingen onderhield via een andere vennootschap en dat de verrichte werkzaamheden de kenmerken hadden van verzekeringstussenpersoon en kredietbemiddelaar. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt verminderd.