ECLI:NL:HR:2009:BH5218
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij uitkeringsfraude
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor uitkeringsfraude. Het hof stelde vast dat verdachte tussen 1 januari 1998 en 30 juni 2000 gegevens had verzwegen over zijn samenwoning en adreswijziging, met het oogmerk om bijstand of hogere bijstand te verkrijgen of te behouden.
De bewezenverklaring steunde op diverse proces-verbalen met verklaringen van de verdachte, getuigen en politieambtenaren, alsmede op inkomstenverklaringen die onjuiste informatie bevatten. Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van het gevolg van zijn verzwijgingen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep inhoudelijk en bevestigde het oordeel van het hof over het oogmerk. Wel constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, wat leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 240 naar 228 uren en de vervangende hechtenis van 120 naar 114 dagen.
De overige middelen werden verworpen en het arrest werd in zoverre vernietigd. De Hoge Raad deed uitspraak op 19 mei 2009.
Uitkomst: Taakstraf verminderd naar 228 uren en vervangende hechtenis naar 114 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.