ECLI:NL:PHR:2010:BK5193
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over deelneming aan terroristische organisatie en interpretatie van haatzaaien en terroristisch oogmerk
In deze zaak staat de strafrechtelijke beoordeling van de deelname aan de zogenaamde Hofstadgroep centraal, een groep die volgens het hof niet als een gestructureerd samenwerkingsverband kan worden aangemerkt zoals bedoeld in artikel 140 en Pro 140a Sr. De tenlastelegging omvat deelname aan een organisatie met het oogmerk het plegen van diverse misdrijven, waaronder terroristische misdrijven, en het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld.
Het hof heeft de verdachte vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie omdat het niet bewezen achtte dat de Hofstadgroep een gestructureerd samenwerkingsverband vormde. Tevens oordeelde het hof dat het oogmerk van de groep niet gericht was op het plegen van geweldsmisdrijven en dat de ideologie van de groep niet per definitie een terroristisch oogmerk impliceert.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de juridische betekenis van het begrip 'organisatie' in artikel 140 en Pro 140a Sr, waarbij wordt bevestigd dat het gaat om een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, maar dat het hof dit begrip niet te beperkt heeft uitgelegd. Daarnaast wordt ingegaan op de interpretatie van artikel 137d Sr over het aanzetten tot haat, waarbij het hof terecht oordeelde dat de term 'ongelovigen' niet valt onder de beschermde kwetsbare groepen en dat het aanzetten tot haat niet bewezen was.
Ten slotte behandelt de Hoge Raad het begrip terroristisch oogmerk zoals bedoeld in artikel 83a Sr en bevestigt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat het terroristisch oogmerk niet bewezen is, aangezien er geen aanwijzingen waren dat de verdachte met het gooien van een handgranaat een deel van de bevolking ernstige vrees wilde aanjagen of de overheid wilde dwingen. De zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken van deelname aan een terroristische organisatie en het terroristisch oogmerk bij het gooien van een handgranaat is niet bewezen.