ECLI:NL:HR:2009:BH5249
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens gebrek aan rechtsvragen over gebruik CIE-pv als bewijsmiddel
Op 12 mei 2009 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 oktober 2007. Het beroep was gericht tegen een strafzaak waarin onder meer een klacht werd geuit over het gebruik van het CIE-proces-verbaal als bewijsmiddel.
De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, en uitgesproken op 12 mei 2009. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.