ECLI:NL:HR:2009:BH5767
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- W.M.E. Thomassen
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens klacht over innerlijke tegenstrijdigheid in strafmotivering
Op 12 mei 2009 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep behandeld van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2007. Het beroep was ingesteld door de verdachte, bijgestaan door mr. S. Ben Tarraf. De Advocaat-Generaal Knigge concludeerde tot verwerping van het beroep.
De klacht betrof een vermeende innerlijke tegenstrijdigheid in de strafmotivering. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering noodzakelijk was omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.
Daarmee werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. Dit arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en M.A. Loth.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens onvoldoende grond voor cassatie.